Je pakt je telefoon voor één appje en tien minuten later scrol je nog door iets dat je achteraf niet eens kunt navertellen. Dat moment, waarin je niet eens meer weet waarom je nog aan het scrollen bent, heeft inmiddels een naam gekregen in de trendwatchwereld: low stimulation living. Steeds meer mensen kiezen bewust voor minder prikkels, minder keuzestress en minder constante input. Niet als streng digitaal vasten, maar als een manier om weer overzicht te krijgen over een dag die anders in losse scroll-momenten uiteenvalt.
Wat low stimulation living precies betekent
De term komt van Louise Byg Kongsholm, trendforecaster en directeur van het Deense trendbureau PEJ Gruppen. Zij noemt low stimulation living een van de trends voor 2026: mensen die bewust constante input uitschakelen en kiezen voor rust, eenvoud en activiteiten die echt iets opleveren. Haar punt is dat veel mensen moe zijn van voortdurend lawaai, keuzes en input, en daarom bewust beginnen terug te schakelen. Het gaat niet om minder doen uit schaarste, maar om meer overzicht en voorspelbaarheid in je dag.
Dat klinkt abstract, maar herken je het patroon: je staat in de rij bij de supermarkt en checkt automatisch je telefoon. Je zet een serie op terwijl je tegelijk aan het scrollen bent. Je voelt je aan het einde van de dag moe, maar kan niet precies zeggen waarvan. Low stimulation living is de tegenbeweging: bewust kiezen wanneer je input toelaat, in plaats van elke vrije seconde op te vullen.
Je brein is niet gebouwd op dit tempo
Dat die vermoeidheid niet alleen een gevoel is, bevestigt communicatiewetenschapper Lieven De Marez van de Universiteit Gent, die jaarlijks meewerkt aan de Digimeter. Volwassenen besteden volgens zijn cijfers gemiddeld 182 minuten per dag aan hun smartphone, jongeren komen boven de 4 uur per dag uit. Bijna de helft van de ondervraagden gaf in de Digimeter van 2024 aan zich afhankelijk te voelen van hun smartphone.
De Marez noemt dit digibesitas: te veel digitale prikkels die moeilijk te weerstaan zijn. Hij ziet een duidelijk verband tussen meer schermtijd en meer mentale klachten, al is dat volgens hem geen bewijs van oorzaak en gevolg. Wat wel vaststaat, zegt hij, is dat schermtijd bijdraagt aan slaapproblemen: laat scrollen gaat af van je slaaptijd, en het blauwe licht van je telefoon onderdrukt de aanmaak van melatonine. "De meeste mensen pakken hun digibesitas aan zoals ze ook met echte obesitas zouden omgaan", zegt hij. Niet met een totaalverbod, maar door eerst je eigen patroon te doorzien. Dat sluit aardig aan op wat we al wisten over herstel: ook in ons artikel over slaap als trainingssupplement kwam naar voren hoe snel een paar verloren uren zich opstapelen.
De cijfers zijn groter dan je denkt
Hoe groot het probleem inmiddels is, laat een Amerikaanse enquête van Best Therapies uit februari 2026 zien. Onder 1.006 ondervraagden, gelijk verdeeld over generaties, kwam de gemiddelde schermtijd uit op 7,6 uur per dag, wat optelt tot 2.774 uur per jaar, zo'n 115,6 dagen. Ongeveer een derde kijkt meer dan 10 uur per dag naar een scherm. 30 procent had het afgelopen jaar geen enkele digitale pauze genomen. 67 procent doomscrolt gemiddeld 1,4 uur per dag, en 40 procent omschrijft de relatie met de eigen telefoon als ongezond.
Het opvallende: diezelfde groep wil er zelf iets aan doen. 81 procent gaf aan in 2026 bewuster met hun tijd te willen omgaan, en 53 procent stelde zichzelf specifiek het doel om dit jaar minder schermtijd te hebben. De intentie is er dus, bij bijna iedereen. Het ontbreekt alleen aan een vorm die werkt zonder dat het voelt als een straf.
Zo begin je zonder je telefoon weg te gooien
Een volledige digitale detox is niet voor iedereen de oplossing. Onderzoek naar totale schermpauzes is volgens data-analiste Sofie Van Hoecke van de Universiteit Gent niet eenduidig: sommige studies laten voordelen zien, andere juist niet. "Het hangt dus sterk af van persoon tot persoon", zegt ze. Daarom werkt low stimulation living beter als bijstelling dan als radicale ingreep.
- Zet je scherm op grijstinten. Kleur maakt apps aantrekkelijker dan nodig, en grijs haalt een deel van die trekkracht weg.
- Kies één vast moment zonder telefoon. Tijdens het ontbijt, in de trein, of het eerste half uur na thuiskomst. Niet de hele dag, wel elke dag hetzelfde moment.
- Leg je telefoon letterlijk in een andere kamer tijdens werk of een gesprek. Fysieke afstand werkt beter dan willekracht.
- Vervang scrollen door iets met je handen. Een boek, een instrument, koken zonder tutorial erbij. Niet omdat scherm slecht is, maar omdat je brein ook iets anders nodig heeft om op te herladen.
Dat laatste punt raakt ook aan iets dat mannen vaak lastig vinden: toegeven dat een volle telefoon eigenlijk een vol hoofd verbergt. In ons artikel over mannen en emotie schreven we al dat wegstoppen geen oplossing is, en dat geldt net zo goed voor scrollen als afleiding.
Wat je morgen al anders merkt
Je gaat low stimulation living niet in één dag onder de knie krijgen, en dat is ook niet het doel. Begin met één vast moment zonder scherm en kijk na een week terug: voel je je iets rustiger, slaap je iets beter, lijkt een avond iets langer? Als het antwoord ja is, bouw je vanaf daar verder uit. Verwacht geen plotselinge transformatie, verwacht wel dat je brein geleidelijk weer onderscheid leert maken tussen wat aandacht verdient en wat gewoon langskomt. Dat onderscheid is precies wat low stimulation living je teruggeeft: niet minder leven, maar minder ruis ertussen. Wie daarnaast ook fysiek wat rust zoekt, vindt trouwens aanknopingspunten in ons artikel over mentale fitness, waar diezelfde balans tussen prikkels en herstel centraal staat.